Aan de leiband op je ‘eigen’ pad… (artikel)

Hier een stukje uit het volgende boek dat ik aan het schrijven ben, en dat zo goed als klaar is (publicatie wordt verwacht rond 10 september)… al is Een Handvol Scherven pas net in januari verschenen.

‘Wat Nietzsche vreesde, was de groei van een beschaving waarin mensen niet langer in staat waren hun angst voor de dreiging van het irrationele om te zetten in een kracht die het leven bevestigde. Wat hij wenste te zien was een vreugdevolle zelfbevestiging die juist sterker werd door het ontbreken van absolute waarden en vaststaande antwoorden. (Noot HL: de dood van god). 
Het hele leven als een ‘ernstige grap’ zien, dat was de idee. Een mens zijn die in staat is om zichzelf te overwinnen, en ‘desondanks namen de meeste mensen het (leven) op met een ernst waar Nietzsche om moest lachen; een ernst die ongegrond was en de energie uitputte.’ Hij wilde tevens een ‘ongekunsteldheid’, een vitaliteit dus. En hij vreesde ook de ‘goedkope wansmaak’ van de te zeer gedemocratiseerde wereld’…[1]  Wel… Echte individuen wenste hij dus… Ik ook, dat zal helder zijn.

Het nadeel van de verzorgingsstaat, een term waar Nietzsche vast van zou gruwen, is dat steeds sterker de idee postvat dat alle ellende kan worden uitgebannen, dat mensen niks meer kunnen hebben, zelf niet met dingen kunnen omgaan en er iets creatiefs, of vitaliserends mee doen. Bij het minste of geringste verbaasd en verontwaardigd of geschokt zijn, als slachtoffer reageren. Alles moet ‘netjes’ en ‘veilig’ zijn en onze vrijheidsslaap niet storen. Terwijl tegelijkertijd de algemene moraal ondanks alle vrijheden tamelijk dwingend is. Het kan dus tot een soort verslapping leiden, een steeds minder (zelfstandig) kunnen dealen met ongemak, tegenslag, ziekte en wat al niet, en een niet beseffen dat tegenslag je ook sterker, wijzer kan maken. We weten dat Nietzsche aan van alles leed op fysiek vlak, al was hij tevens sterk en fit, maar hij benutte deze fysieke ongemakken en tegenslagen, hij zette het om in creativiteit, innerlijke kracht, in denken en schrijven. Tevens liet hij zich niet de wet voorschrijven door anderen, gaf zijn professoraat op, was graag en in toenemende mate op zichzelf, en kreeg het te verduren dat zijn werk niet veel waardering oogstte; zijn boeken verkochten nauwelijks, tot vlak voor zijn ‘ondergang’, en diende hij spaarzaam te leven. Ook Schopenhauer kreeg nauwelijks waardering, pas op hogere leeftijd kon hij zijn werk goed kwijt en werd hij de beroemde filosoof. Al leden beiden dus wel wat onder dat gebrek aan aandacht en waardering voor hun werk en visies, het weerhield ze er niet van te doen wat gedaan moest worden. Ze liepen niet aan de leiband van de anderen, al had Schopenhauer wel de vervelende neiging tot ruziemaken. [2]

De vrijheden die wij genieten, laten echter onderbelicht hoezeer er een teneur (terreur) heerst van mee moeten doen, van conformeren dus. De sociale controle is van betekenis veranderd zou je kunnen zeggen. Het gaat meer en meer in de richting van het amerikanisme: haves and have nots.Je moet het ‘maken’.

Meetellen, succesvol zijn, uiterlijk vertoon, ik schreef er al eens over. De druk der anderen is er wel degelijk. In de familie, vriendenkring, enzomeer. Het ‘sociale’, ‘de normering’ is enorm richtingbepalend, hoe vrij en goed het ook schijnt te zijn (behalve voor de natuur en de dieren dan). De angst om te falen of afgewezen te worden zijn maar twee uitingen ervan, burn-out en depressie zijn ook gerelateerd zoals nog veel meer ellende. Loop je je eigen pad eigenlijk wel? Of bewandel je ‘ernstig en gekunsteld’ het pad dat je is aangepraat en opgedrongen langs alle kanten, ook qua ‘(wan)smaak’? 

‘Onze medemensen zijn de zwarte magiërs. Wie zich bij hen bevindt, wordt op slag zelf een zwarte magiër. Sta daar eens bij stil. Kun je afwijken van het pad dat je medemensen voor je hebben uitgestippeld? Als je bij hen blijft, laat je je gedachten en daden voorgoed door hun normen bepalen. Dat is slavernij. De krijger is daar vrij van. Vrijheid is duur, maar het is te doen. Wees dus bang voor je bewakers, je meesters. Verdoe je krachten niet aan angst voor vrijheid’.  [3]

Voor wie vrij of echt wil zijn, zijn ‘ziel’ dus niet wil (blijven) verkopen – of hem wil terugkrijgen – kan het een hele uitdaging worden je te onttrekken aan de onderliggende moraal, het ‘gewone’, het ‘normale’. Dan dien je in te gaan tegen wat je omgeving van je wil, en pas als je daar tegenin gaat of van afwijkt kom je erachter wat een enorme kracht daar in zit, hoe dwingend al die ‘liefde’ en ‘raad’ is, van hen die het ‘beste met je voor’ zeggen te hebben. Is er echt zoveel vrijheid als we graag denken? Mag je echt ‘jezelf’ zijn? Zolang je vooral meedoet lijkt dat erop. Zolang je binnen de kantlijntjes blijft ja. De kantlijntjes van ‘verstandig’ en ‘fatsoenlijk’. Wie niet de standaard dingetjes najaagt komt er wel achter.

Kun je (echt) afwijken van het pad dat je medemensen voor je hebben uitgestippeld? Of loop je braaf aan de leiband? In alle zogenaamde, gedroomde vrijheid en authenticiteit gewoon ‘willend’ wat de rest van de kudde grotendeels ook wil en bijna exact denkend wat de rest ook denkt? Met een grammetje suiker of zout meer of minder om op iets echts te lijken, of met een druppel rood, groen of blauw als er verkiezingen zijn? Hoe zit het met jou? Ben jij wel jij? Geworden wie je BENT – zoals Nietzsche zou zeggen? Of gewoon net als de rest ongeveer geworden wat men wilde dat je werd? Of er inmiddels ziek of kapot van door dat te proberen… ?

Serieus, houd je niet bij elke ‘afslag’ rekening met wat je vrienden, ouders, familie, kennissen en andere ‘medemensjes’ zullen zeggen? Meet je niet constant af of je het wel goed doet aan de blikken en uitlatingen van anderen? Is je angst en drijfveer niet louter, of vooral, een genormeerde ‘sociale’? Is je streven naar wat dan ook niet vooral een streven naar waardering (of het vermijden van afkeuring), van laten zien dat je de moeite waard bent? Die carrière, of opleiding, die vakantie, die spulletjes die je ‘moet’ hebben, doe je echt helemaal puur voor en uit jezelf? Die kleren die je aan hebt, die make-up, die auto, dat horloge, die telefoon? Echt allemaal voor jezelf, uit jezelf? Die dingen die je leuk zegt te vinden, waar je aan wil meedoen? Die je wilt hebben, eten of ervaren, allemaal uitingen van pure eigenheid en vrijheid? Really? De zwarte magiërs hebben je al te pakken, meer dan je denkt. Vanaf day one!

Alleen de dapperen durven dit grondig te onderzoeken, en durven zich wellicht rot te schrikken. De ‘normalen’ zullen stellig beweren dat ze alles ‘heel bewust doen’, uit ‘vrije wil’, en doorgaan met het bewandelen van het pad der velen, en zich lid van de ‘goeden’ voelen – of ze zich daar nu echt goed bij voelen of niet. Verzorgingsstaat. Verzorgd van de wieg tot het graf loopt het leventje in de groeven van onnadenkendheid, van ‘westerse vrijheid’ en ‘opgelegde normaliteit’, tot je uit het bakkie valt, of je hersens gaat gebruiken, of een echt standpunt inneemt. Meat the victims, yes. Als we meelopers zijn, zijn we er zelf ook een, maar ook dat zien we dan niet.

Klederdracht begin 21ste eeuw: een voorbeeldje van authenticiteit en vrije wil 🙂

Noten: [1] citaten eerste stuk uit: Lesley Chamberlain – ‘Nietzsche in Turijn – een intieme biografie’ – 1996 p. 101 [2] Rüdiger Safranski – ‘Arthur Schopenhauer – de woelige jaren van de filosofie’ – Olympus – 2015 & ‘Nietzsche – een biografie van zijn denken’ – Olympus – 2016   [3] Carlos Castaneda – ‘Kennis en macht’ – De Bezige Bij – 1979

Gerelateerde stukken in “artikelen en columns”:

Satsang fragment met Hans Laurentius