Het boek als kunstwerk – en het ongeduld van de moderne mens – uit “Aan de leiband, of je eigen pad?”

Nog los van het vermogen van boeken om te informeren en te amuseren, kan een echt boek ook als kunstwerk worden beleefd. Als een wereld die geopenbaard wordt dankzij de moeite en aandacht van een scheppende schrijver. Ik bedoel, we kunnen boeken op verschillende wijzen tot ons nemen. Voor mij is het vaak een kwestie van het aangereikte venster openen, de blik laten leiden door de aanwijzingen, verbanden en aandachtspunten die de schrijver aanreikt, het op me in laten werken als een volwaardig muziekstuk dat niet louter prettig klinkt, maar inhoud, diepte en wrijving omvat. Toon, tempo, klankkleur, wendingen, dissonanten, contrapunt. Het is dus niet louter de inhoud, de kennis of informatie, maar ook hoe een auteur dit vormgeeft, laat samenklinken of juist niet. Gemengd met humor of ironie, gechargeerd om het punt expliciet te maken, nuances en hints, verhulde associaties. Er is zoveel aan stijl te beleven, al is natuurlijk Schopenhauers adagium wel steeds geldig: ‘De eerste regel van goede stijl is dat men iets te zeggen heeft.’ Dit is er meteen een voorbeeld van, het is bondig, helder en bovenal geestig.

Het voorlopig opschorten van de ‘eigen’ mening, het niet bevreesd zijn illusies kwijt te raken, met de neus op wat feiten gedrukt of geraakt te worden, of geconfronteerd met eigen onwetendheid, maken van het lezen van een serieus boek voor mij een geestelijke reis vol avonturen. Het dwingt (me) tot luisteren, opnieuw kijken, nadenken, overwegen, in verband brengen, bijstellen, én kan leiden tot verrassende perspectieven en inzichten, en dus een verandering brengen in de levenshouding. Een goed boek kan je leven veranderen. Om met Heidegger te spreken: ‘Een mensenleven heeft immers meerdere geboorten nodig.’ Mits je het toelaat en opzoekt. Ontwijken kan immers ook. Het kan ook zijn ‘dat je nooit helemaal bij de wereld komt.’ [1] Je kunt blijven steken in jezelf, in plaats van doorgroeien, ‘opstaan.’ [2]

Velen die bijvoorbeeld een bepaald geloof (over zichzelf of ‘de wereld’) – al dan niet in godsdienstig verband – aanhangen, lezen dan bij voorkeur niets dat daar kritisch over is, of wat de geest uitdaagt. Dat is vanuit een hang naar zekerheid en schijnveiligheid wellicht verstandig, maar niet als men de eigen onwetendheid wenst te zien afnemen, of de geest wakker en vitaal wil houden en bereid is innerlijk te reizen, leren en veranderen. Een goed boek vraagt dus om een goede lezer. Zoals goede muziek een goede luisteraar wenst. Dus is wat ik wel de ‘oppervlaktegeest’ of ‘ego- mind’ noem [3] – de geest van onmiddellijke bevrediging, de ‘post-moderne’ eigentijdse geest van toenemend ongeduld en steeds gebrekkiger aandacht – niet de juiste voor een boek (of leven) met inhoud en substantie. Die is misschien prima voor de krant, de newsfeed, en entertainment – al hou ik er sowieso niet zo van, van die oppervlakkige onaandachtige geest en zijn interesses bedoel ik. Alleen wat met aandacht gelezen (of beleefd) wordt kan diepte krijgen, dus ook een literaire thriller bijvoorbeeld. Maar uiteraard gaat dit boek niet over zulke boeken, al las ik ze graag.

Anyway, lees dus bij voorkeur echte boeken (en leef bij voorkeur een ‘echt’ leven), met zo compleet mogelijke aandacht, alsof het een kunstwerk was, wat het kan zijn namelijk. En een kunstwerk, verhaal, essay, betoog, beschouwing, filosofie of ‘kritiek’ staat eerst als het ware op zichzelf, en pas dan in verhouding tot andere werken en de eigen inzichten en opinies. Houd het vergelijken dus aanvankelijk liefst zoveel mogelijk buiten beschouwing, net als het oordelen en concluderen. Geef het werk de kans je mee te voeren, te raken en veranderen; aanschouw en beleef de ‘beweging’, het betoog tijdens het lezen door de ogen van de auteur, doorheen zijn vensters, die hij of zij je ter beschikking stelt, en als je dan weer opgedoken bent, kun je alsnog zien wat ‘ervan gevonden moet worden’. Wat ook impliciceert dat (leven en) lezen duidelijk kan maken dat zijn perspectivistisch is, en een proces. [4] Er zijn tegelijkertijd meerdere gezichtspunten of invalshoeken mogelijk, en inzicht, kennis en begrip zijn veranderlijk, immer wordend.

Te vroeg en te snel oordelen doodt de kunst en verpest de kans, verziekt de reis en voorkomt verrijking en het inzicht in het perspectivistische en procesmatige, vloeiende van het (menselijk) bestaan. Dat geldt uiteraard wel voor meer zaken in het leven. Het ongeduld, de instant gratification modus, het puberaal eisende ‘hier-nu-en-wel-meteen’ (en het alles moet ‘leuk’ zijn) van de (post)moderne massamens, die sinds de laatste decennia van de vorige eeuw steeds meer is gaan woeden, lijkt me geen juiste geesteshouding voor een als zinvol ervaren bestaan. Goede, rijke en verrijkende dingen ontstaan organisch en hebben tijd nodig om te groeien, bloeien en rijpen.

Zij die bijvoorbeeld tomaten of bomen kweken, beeldhouwen of componeren weten dat. Zij die iets trachten te doorgronden of leren beheersen ook. Voor wie dit niet inziet: probeer maar eens in drie weken gitaar te leren spelen, een synthesizer echt te doorgronden, een boek te schrijven, een groentetuin aan te leggen, te leren darten, een mens te leren kennen (bijvoorbeeld jezelf), een puppy op te voeden, of De wereld als wil en voorstelling van Schopenhauer te lezen (en begrijpen), of Zijn en Tijd van Martin Heidegger, als die titel je ‘leuker’ lijkt….

Ik zou het ook zo kunnen zeggen: lezen, ‘studeren’, contempleren, schrij- ven en erover spreken zijn voor mij niet bedoeld als een poging een abso- lutisme, eindconclusie of finish te bereiken. Het is een levend in gesprek zijn, een interactieve reis, waarbij door het reizen en in gesprek zijn de geest meer vitaal, rijk, wakker en krachtig wordt. Het gaat niet om een ‘bereiken’ dus, maar om een voeden, uitdagen en verfrissen HIER-NU. Het is een scheppende, levenbrengende en potentieel transformerende ‘daad’. Wat het verder oplevert, is van secundair belang, en van geen belang als het ‘reizen’ bezig is.

Het valt voor mij dus juist buiten ‘de alledaagse nut-en-noodzaak geest’ van de pragmaticus, de utilitarist, de na-jager en de kruidenier, en is er tevens een ‘antidote’ tegen.


[1] Rüdiger Safranski: Heidegger en zijn tijd – Olympus – 2000 – p. 16 / Martin Heidegger – Zijn en tijd – Sun 1999
[2] Noot HL: je zou kunnen betogen dat er zich in elk mensenleven een x aantal grote en kleinere knooppunten of omslagpunten voordoen. Bij elk ervan zijn er drie opties: stagnatie, ondergang of transformatie (of moderner gesproken: ‘upgrade’). Te vaak is er de neiging, uit vrees voor verandering, de uitdagende aanwezigheid van zo’n opdoemend knooppunt te voorkomen of vermijden, met dus stagnatie of zelfs ondergang als mogelijk gevolg. De wijze herkent deze knooppunten niet alleen, zij luistert ernaar, én nodigt deze mogelijk transformerende momenten zelfs uit, bijvoorbeeld door te lezen en te denken. Kortom deze stelt zich bewust bloot aan potentiële grote(re) en kleinere transformaties; omdat het helder is dat stilstand stagnatie is, en stagnatie de dood. Je zou in lijn met Nietzsche en Heidegger kunnen stellen dat er in elk geval een aantal van deze transformaties of omwentelingen dienen plaats te vinden om van een echt mens te spreken – anders ‘kom je nooit helemaal bij de wereld’ en blijf je een soort ‘half-ling’, ‘a sub-human’ (en wordt je dus nooit wie je werkelijk bent).
[3] Hans Laurentius – Olie op het vuur – notities omtrent spiritueel ontwaken – Brave New Books – 2016
[4] Een voorbeeld uit het boek van Damon Young – Filosoferen in de tuin – Ten Have – 2014 – p. 14/15: ‘Zo zag Aristoteles de natuur als een soort organisme, vol leven en beweging. De natuur van Plato was een goddelijke blauwdruk, die van Epicurus een willekeurige beweging van atomen. De natuur is zo een filosofische spons die interpretaties absorbeert. Maar ze doet dat nooit perfect, want elke interpretatie is beperkt en een afgeleide – en er is altijd iets meer, buiten bereik van onze conceptualisaties. De Duitse filosoof Heidegger beschreef (…) de menselijke werkelijkheid als (…) een “open plek”. (…) De natuur verschijnt aan ons als lichte open plek in een donker bos. Maar de omringende duisternis zal altijd blijven: een groot deel van de natuur onttrekt zich aan onze perceptie en definiëring. (…) Er is geen laatste woord over wat de natuur is – wat “is” is. (…) de mensheid is een eeuwige vraag en niet een antwoord.’
Dus is het kennis nemen van verschillende perspectieven (voor mij) vooral verrijkend en voedend, niet een zoeken naar ‘probleem-oplossing’, en geen jacht op een of ander definitief antwoord. Het is meer als met muziek: die is ook niet definitief, of absoluut (waar of niet waar), maar daarmee niet minder verrijkend, vormend en interessant. Door hoe meer vensters wij kunnen zien, hoe breder onze horizon, hoe vrijer, resistenter en volwaardiger onze geest, en daarmee ons bestaan.


Enne, lees na LEIBAND ook mijn laatste kunstwerk! (Liefst ook 2x): Klik hier voor het boeken overzicht en bestelopties.

Ruim 390 pagina’s verrijking van uw bestaan!