HOOFDSTUK 32 VAN ‘TERWIJL DE MEREL ZINGT’

Terwijl de merel zingt

 

Per saldo is ego niets anders dan één grote zeurpartij.
Het gaat nergens over.

Waar blijft de voetstap
als de sneeuw verdwenen is?
Heb jij ooit bestaan? 

Een schreeuw in het hart

Zonder Zelfkennis en de beleving
van de volle Glorie van Uw Zijn,
Mijn God,
is de wereld één grote waanzin,
één armzalige ellende.

De oorzaken van alle gruwelen
zijn louter gelegen in het ontbreken van de realisatie
dat U, Ik, Zelf, Bewustzijn, het Ene bent
en dat niets los van U bestaat.

Overal roept men vreselijkheden in Uw naam,
maar zeldzaam zijn zij die weten in het Hart.
Deze werkelijke mensen van God, Waarheid of Inzicht
dragen niet bij aan scheiding brengende bewegingen.

Zij zijn vrij van veroordeling,
zetten niemand op tegen een ander
en leven niet vanuit hebzucht of haat,
ze stemmen hun wensen af op dat wat juist is
in de gegeven omstandigheden.

Ach, mijn lieve broeders en zusters, mijn lieve kinderen,
wees toch eens echt stil en laat uw dogma’s vallen.
Ziet gij niet dat deze enkel tot verdwazing leiden?
Begrijpt ge dan werkelijk uw ‘eigen’ God of Kennis niet?

Werpt de boeken ver van u als ze
uw geest slechts vullen met veroordeling,
uw hart verharden en u tot haat voeren
ten opzichte van uw zusters en broeders.

Uw haat, boosheid en hebzucht kwellen mijn hart,
grote golven kolkend vuur doorspoelen mijn lijf,
omdat u allen in mij bent.
U doet mij en uzelve lijden in uw dwaas geraas,
maar u voelt het misschien niet meer,
terwijl u toch elke avond
of zelfs meermaal daags op de knieën gaat
of uw meditatiekussen zoekt.

O gelovigen, iedereen is een kind van God.
Heb daarom alles lief,
kijk en proef deze wonderbaarlijke wereld
en staak uw alles consumerende hebberigheid.
Wees liever vol van God, dan hebt u deze
grote-mensen-kleuter-wensen niet meer nodig
en kan er vrede in en om u zijn.

Een God die zegt dat sommigen zijn uitverkoren
en dat anderen niet deugen is geen God,
maar een menselijk verzinsel.
Een God die zegt dat hij slechts één zoon heeft,
is geen God, maar een menselijk verzinsel
en een misinterpretatie.
Als hij al Vader is, is hij ons aller Vader,
niet slechts van een of enkelen.
Iedereen kan het Zelf, God, de Waarheid kennen,
maar niet middels het redenerend cultuurgebonden
en door angst en verlangen beheerste denken.

God is geen theorie.
God is
dat wat niet verworpen kan worden,
dat wat altijd IS,
de essentie der dingen,
de ingrond van al het zijnde,
de onveranderlijke Bron.
Niets bestaat buiten Hem,
niets staat los van Hem.

De mens kan Hem eren of ontkennen,
maar Hij ontkent of eert niemand.
Hij is zo volmaakt dat Hij zelfs ontkenning omvat,
zonder iemand uit te sluiten.

In Godsnaam, wees echt stil en Zie nu toch!
Hij is Alles, in alles, als alles.
Je bent niet gescheiden van Dat, het Zelf.
Elke grasspriet is Zijn getuigenis.

Iets zien als gescheiden van het Ware heet onwetendheid,
alles ervaren als zijnde Dat heet Kennis.

###

De verkoeling

van de ochtendwind
bezorgt tintelingen
door de zon
niet opgemerkt,

relativeert het
oververhittende idee
iemand of iets te zijn.