Interview 2006 (denk ik)

Vraag: Veel van je bezoekers, leerlingen, volgelingen – hoe moet je ze eigenlijk noemen – willen weten hoe het realisatieproces bij jou verliep. Daar geef jij niet graag antwoord op, waarom?

Hans: Omdat het erom gaat wat er gebeurt in degene die de vraag stelt. Wie is het die dit wil weten? Het is het ego dat op zoek gaat naar verlichting, daartoe aangezet door ies diepers, Dat wat er altijd is, God, of het Zelf. Bovendien bestaat het gevaar dat ‘mijn’ proces gezien wordt als maatgevend, terwijl ieders proces weer anders verloopt. Daar kun je geen sjabloon op leggen. Wel zijn er wat globale ontwikkelingslijnen te herkennen, fasen die bij de meesten in meerdere of mindere mate voorkomen.

Hans_poortSommige ‘rijpe zielen’ zijn heel snel thuis, doordat ze weinig weerstand hebben om de hele ik-illussie te doorzien, in één klap alles los te laten en de natuurlijke staat als ZichZelf te herkennen. De meesten van ons dienen keer op keer in het ‘Zelfbad’ ondergedompeld te worden, totdat de ego-neigingen hun macht verliezen.
Het duurt bij een ieder precies zo lang als het duurt. Als iemand vraagt: “Wanneer word ik nou eens verlicht?”, geef ik vaak het – misschien wat flauwe – antwoord: “Als deze vraag niet meer opkomt”.
Dat is waar ik steeds weer naar terug verwijs, dat zelfonderzoek: “Wie stelt de vraag”, “Wie ben ik?”, of beter nog: “Wie denkt hier: Wie ben ik?”. Op die vragen komt geen antwoord, want die ik bestaat helemaal niet.
Als ik mensen vraag naar hun ‘ik’ te zoeken, dan vinden ze nooit wat. Dit alles verschijnt, komt en gaat, in Bewustzijn, in Dat wat je Bent.

V: Maar hoe ging dat nu bij jou?

H (lachend): All right. Ik wilde gewoon weten hoe het zat. Eigenlijk had ik zo rond mijn twaalfde al het gevoel dat alleen ik er was. Mijn omgeving vertelde me toen dat dat kwam door mijn enorme egocentrisme. Ik proefde de smaak van het ware Zelf, maar ging denken dat het iets slechts was waar ik vanaf moest zien te komen. Er volgden heel wat jaren waarin ik meende depressief te zijn. De opleiding tot spiritueel therapeut op de Leonardushoeve, onder leiding van mijn eerste goeroe Ad Stemerding, me – weer – op de goede weg. Voor het eerst had ik het gevoel iets te kunnen, ergens goed in te zijn. Dat gaf wat ontspanning aan het drukke mannetje.

Tegelijkertijd was er die enorme gedrevenheid, plus een flinke dosis overgave. Naast het energiewerk, waarin ik veel leerde, las (en schreef) ik enorm veel. Ik heb zowat een jaar mijn hersens gebroken op Krishnamurti. Ik wist dat het waarheid was waarover hij sprak, maar ik kon het maar niet begrijpen. Toch heeft dat wel z’n nut gehad. Toen gaf iemand me een boek van Nisargadatta. Dat kwam binnen, het werd in één klap herkend. Later kwam ik Ramana tegen. Het waren nog niet eens zozeer zijn woorden die me raakten, maar vooral die blik. En dat van een foto! Die deed me gewoon smelten. Nisargadatta gaf me de Wijsheid, Ramana de Liefde. Daarna is het proces van doorwerking ingezet, dat feitelijk nog steeds doorgaat. Het kan nog steeds stiller, transparanter, liefdevoller. Gelukkig heb ik naast mijn twee zogenaamd dode goeroes, ook een paar hele goeie levende: Hetty, Thalia en Naomi.

V: Je spreekt vaak over de doorwerking, het ‘proces’, dat – als ik het goed begrijp – na het Ontwaken en voorafgaand aan Realisatie plaatsvindt. Kun je verduidelijken wat je met die termen bedoelt?

H: Ontwaken noem ik het ‘moment’ dat iemand voor de eerste keer ziet wie of wat hij of zij werkelijk is, de eerste diepe Zelfbeleving. Volgens het zenverhaal van de Os en zijn Hoeder is er dan al sprake van Verlichting. Maar het is pas de derde van tien fases. Iemand is dan nog niet werkelijk en onomstotelijk thuis. Na het ontwaken wordt de ervaring vaak door het ik gegrepen en toegeëigend.
Overigens verschilt ook dit weer per geval. De een heeft één grote Kensho of verlichtingservaring, anderen hebben vele kleintjes, weer anderen ervaren een mix van beiden. Bij sommigen is er sprake van een heel geleidelijk proces waar niks spectaculairs lijkt te gebeuren. Dat zegt niets over de kwaliteit van het Ontwaken.Herfstvol satsangs
In ieder geval komt er na zo’n eerste ervaring – of reeks van ervaringen – een proces op gang van wat ik doorwerking noem. De ego-neigingen worden steeds meer en dieper doorzien. Dat gaat net zo lang door, tot iemand zó transparant is geworden, of zó stabiel in het verblijven in ‘Ik Ben’, dat de vasanas of latente neigingen zijn of haar Zelfbesef niet meer in de weg kunnen staan. Dan zou je kunnen spreken van Realisatie.

V: Maar het is nooit klaar, hè?

H: Wel ‘klaar’ in de betekenis van helder, maar niet klaar in de zin van af. Ik merk in de verschijningsvorm Hans ook, dat het nog steeds helderder, dieper, stiller wordt. Wel is duidelijk – en dat zullen velen herkennen – dat het steeds moeitelozer, steeds meer vanZelf gaat. Het vertrouwen, de overgave is daar dat het Zelf, God, Ramana – of hoe je het ook wilt noemen – je precies brengt waar je wezen moet. Tegelijkertijd is er een zekere inspanning nodig van de kant van de geïnteresseerde. Steeds weer je zwaartepunt (proberen te) verplaatsen naar het besef ‘Ik Ben’, the witnessing principle. Het gaat om de poging, of dat lukt is niet aan jou, maar aan the higher power.

V: Het is wonderlijk om te zien dat het ‘proces’ bij iedereen anders verloopt…

H: De Fransman Stephan Jourdain, over wie het boek ‘Zomaar verlicht’ geschreven is, heeft het erover dat de geest, de mind van de meeste mensen in een slechte conditie is, versnipperd en verward. Het lijkt erop dat bij mensen bij wie dat niet zo is, er minder weerstand is, er minder blokkades zijn om de hele boel in een klap te doorzien en terzijde te schuiven. Het laatste jaar hebben we een paar voorbeelden daarvan gezien…
Bij de meesten van ons duurt het allemaal wat langer. Of gaat de doorwerking op sommige terreinen heel vlotjes en op andere vlakken wat trager. Hoe dan ook, als je eenmaal geïnfecteerd bent met dit virus, well, you’re lost. Het is alleen een kwestie van blijven opletten, maar liefst vanuit de ontspanning. Onze ego’s gaan deze zoektocht aan vanuit verkramping, zoals ze dat met alles doen. Mijn idee is, dat het werk eigenlijk al gedaan is, wanneer de echte interesse in bevrijding er is. Daarvóór is er inspanning nodig, daarna is niet-doen, stilvallen de beste raadgeving. Eigenlijk is het allemaal perfect geregeld. Zoals Nisargadatta zegt: “Als er inspanning nodig is, zal er inspanning zijn. Als niet-doen gevraagd wordt, zal er niet-doen zijn.”

V: Het blijft mij verbazen dat die mind zo blijft doorratelen…

H: Ja, mij ook. Het hele pad is steeds opnieuw zien dat je nog steeds teveel denkt. Feitelijk is het helemaal doorzien en tegelijkertijd zit er – nog – een enorme power achter. Eigenlijk is dat niet zo verwonderlijk: het is dezelfde kracht, noem ‘m levenskracht of maya of shakti, die hele universums doet ontstaan. Het blijft een zaak van voortdurend zelfonderzoek: goed kijken op het moment dat in de Stilte gedachten opkomen. En dan woordenloos jezelf vragen: “Aan wie verschijnen deze gedachten? Wie is die ik?” Als je met volledige aandacht aan het begin van het proces van gedachtevorming kunt blijven opletten, kan het geheel stilvallen. Is de geest eenmaal op volle toeren aan het malen, dan is het een kwestie van laten uitrazen en dan weer terug naar de Stilte. En, zoals gezegd, dat liefst met enige mildheid, in plaats van de verkramping. Die verkramping versterkt het ego, IS het ego. Zoals ik laatst tijdens satsang zei: Als ik vanuit stilte kijk, zie ik slechts perfectie. Die perfectie is er altijd en zal er altijd zijn. Dat wat Is, is perfect, was perfect en zal altijd perfect zijn. Alleen omdat we weer met de bewegingen van de mind meegaan, verdwijnt ons zicht daar op.

V:Als er geen beweging van de mind is, als ie nergens op uit is, is er Perfectie.

H: Ja, en met zo’n zin moet je niets doen, die hoef je alleen te laten inwerken.