Jullie moeten het zelf doen!

9789461538161Hierbij het hoofdstuk met ondergetekende uit Karel Wellinghof’s boek getiteld ‘Jullie moeten het zelf doen!’ Waarin tal van spirituele stromingen in Nederland onder de loep genomen worden, waaronder 10 non dualiteit leraren. Het boek is uitgegeven bij Aspekt in het najaar van 2015.

Tien vragen aan Hans Laurentius

‘Als je echt een vraag hebt, een échte vraag, geen intellectuele bezigheid,
maar een echte, een die je bezighoudt, die je overhoop haalt, die aan je innerlijk knaagt,
die je leven vergalt, dan moet je die niet af laten nemen door wie dan ook.
Het is het speerpunt 
van je onderzoek, het is de schep waarmee je naar water kunt graven!’ HL in Inzicht nr 16, 2014

Hans Laurentius ontving een opleiding als spiritueel therapeut en docent spirituele therapie. Zijn spirituele zoektocht kwam tot een ‘vreugdevol’ einde toen hij kennismaakte met het non-dualisme en met de leraren daarin voor wie hij grote dankbaarheid voelt, want zij stonden aan de wieg van zijn geestelijke doorbraak. Voordien worstelde hij zich door een grote hoeveelheid spirituele literatuur heen, die hem niet het inzicht bood waarnaar hij op zoek was. Hij is vaste columnist voor het tijdschrift Inzicht, geeft regelmatig satsangbijeenkomsten in Heijen en op diverse locaties in het land. Er verschenen zeven boeken van zijn hand. De essentie van zijn werk omschrijft hij als ‘Bewust Zijn, ofwel het loskomen van afgescheidenheid en de belemmerende waan van het zelf.’ Hij is beschikbaar voor bijeenkomsten alom in het land en men kan hem daartoe uitnodigen. Tevens geeft hij thuis individuele sessies.

Vraag 1:

Hans, kun je het moment beschrijven waarin het kwartje in je is gevallen? Voor het gemak zullen we dit moment – als het een moment was – maar ‘verlichting’ noemen. Heel graag in enkele zinnen.

‘Dat gebeurde lang geleden. Het was een spontane ‘herkenning’, de realisatie van niet een ‘persoon’ te zijn, maar DAT, datgene, de Ruimte waarin alles plaatsvindt. Dat zijn rare, platte woorden voor het wegvallen van een rare zoektocht van een niet bestaand kereltje. Geestig hoor.’

Je ontdekte dus dat je niet bestond. Maar wie ontdekte dat dan?

Geen afgescheiden persoon. Het was eigenlijk ook geen ‘gebeurtenis’, eerder het wegvallen van een valse notie. In woordjes is het niet kloppend uit te drukken, dan krijg je van die rare zinnen als: ‘het is Bewustzijn dat zichzelf herkent’. Het is alsof je droomde een kameel te zijn, met alle kamelen-ellende van dien. Maar dan wordt je wakker en is helder dat je geen kameel bent en nooit bent geweest. Overduidelijk is dat het niet de kameel is die ontwaakte. Dus de vraag: ‘welke kameel werd er wakker’ is dan tamelijk onzinnig en een beetje komisch. Wat persoonlijk leek, bleek onpersoonlijk. Is dat een antwoord?

Ik voel het aan, maar het is niet in woorden uit te drukken, zoals je zelf zegt.

Vraag 2:

Kun je aangeven wat zich precies als blijvend in jou heeft gevestigd na jouw ‘doorbraak’. Dus hetgeen dat aan geen veranderingen onderhevig is, maar er altijd IS?

‘Voor de goede orde: er is niets in een ‘mij’ gevestigd. Er is wel een misvatting verdwenen over wie of wat ik was of zou moeten worden. Nu is er altijd Compleetheid, wat er ook gebeurt. (Hihi, die was er altijd al, maar werd niet herkend). Die Compleetheid evenwel is niet van het hans-organisme, want die hansfiguur heeft niets bereikt of gevonden. Compleetheid is Realiteit, ofwel het inzicht dat er geen afgescheidenheid bestaat. Dat is glashelder, ongeneeslijk, en niet door ‘iemand’ toegeëigend.’

Maar wie ervaart dan?

‘Zelfde antwoord als hiervoor. Geen ‘wie’. Zo wordt mooi duidelijk hoe sterk de overtuiging is dat er ‘iemand’ zou zijn. Er bestaan geen separate wezens. De realiteit is Zijn.’

Vraag 3:

Wat is het kenmerk van ‘verlichting’.

‘Dat is het spontane inzien dat er geen afgescheidenheid is. Het is het besef dat er nooit iets ‘verkeerd’ is. Het is de afwezigheid van een voorwaardenstellend, zoekend en apart ‘ik’. Het is net als ineens niet meer scheel kijken; je ziet niet meer dubbel, je ziet de werkelijkheid zoals die is, als één, niet als twee.’

Vraag 4

Waarom geef je satsangs? (Bijeenkomsten met groep mensen om te spreken over waarheid, werkelijkheid en bewustzijn)

‘Die geef ik niet, die satsangs gebeuren vanzelf, zoals ook de hond uitlaten vanzelf gebeurt. Blijkbaar is dit organisme, dat ‘Hans’ wordt genoemd, er geschikt voor en niet geschikt als metselaar of banketbakker. Er is dus geen persoonlijke of onpersoonlijke reden voor. Het gebeurt gewoon.’

Vraag 5

Hoe moet je niet-hechten aan wat voorbijgaat?

‘Hoe kun je hechten aan iets vluchtigs? Dat kan niet. Er is niets om aan vast te houden, niets om af te wenden, voor elkaar te krijgen. Er is geen apart ‘ik’ dat controle uitoefent. Alles is het spontane functioneren van Totaliteit.’

Dus als er iets gebeurt wordt je gewoon boos, verdrietig of blij. Precies als ieder ander. Dus niet geïdentificeerd zijn met die energieën betekent niet dat je ze niet zou ervaren.

‘Het probleem zit hem in wat ik de tweede laag noem. De tweede laag van oordelen over, projecties, trots, schuld etc. Het toe-eigenen is de ikbeweging, een claimen van wat spontaan plaatsvindt, door de zogenaamde ‘doener’. Emoties en gedachten komen en gaan, maar die doe je niet, de komen op en gaan weer: vanzelf. Als golven in de oceaan. Geen enkele golf ‘doet’ zichzelf, hij gebeurt gewoon.’

Vraag 6

Zijn er nog dingen die je irriteren, die je heel erg storen? Indien zo, welke?

‘Irritatie gebeurt, blijdschap gebeurt, gitaarspelen gebeurt. Alles gebeurt zoals het gebeurt; er is geen instantie die deze dingen claimt. Vroeger dacht ik dat dit wel zo was, dat ik dingen in de hand had en er controle over had. Nogmaals, er is geen afgezonderd ‘ik’, geen ‘je’, dus dit soort vragen zijn in wezen onjuist en dus lastig te beantwoorden. Ze zijn immers geworteld in de overtuiging dat er een aparte ‘Hans’ zou zijn – die ook nog eens zus of zo zou moeten zijn omdat hij verlicht is ofzo. Haha.’

Vraag 7

Denk je dat een verlicht iemand een taak heeft in de wereld? Indien zo, welke?

‘Nogmaals, er is geen ‘verlicht iemand’. Er zijn geen bijzondere taken, behoudens die welke spontaan gebeuren. De ene zogenaamde verlichte is bankrover, de andere leraar, de derde aardappelteler. Verlichting en een missie hebben zijn overigens onverenigbaar, mocht je dat bedoelen.’

Vraag 8

Over het ‘hier en nu’ waar veel leraren naar verwijzen: in een cartoon van Kamagurka is een sardonisch grijnzend mannetje te zien. De tekst onder het plaatje luidt: ‘Haha, als ik ‘nu’ zeg is het alweer voorbij.’ Het hier en nu van Zen, Advaita, Tolle, etc. doelt zeker niet op dit vluchtige moment. Waarop dan wel?

‘Er is veel vaag denken in spiri-land. Je kunt niet weg uit het NU. NU is wat IS. Je bént NU. NU, precies dit, is wat je BENT. Er is dus geen ‘het hier en nu’, want dat suggereert dat het een ding is. NU IS. Punt. Het is Totaliteit, het is bewustzijn plus de tijdelijke inhoud. Dat is wat het is, zoals water vloeibaarheid en vochtigheid is. Dat zijn twee woorden, maar één ZIJN. Veel geklets over het nu is niet meer dan spiritueel geklets. Net als praten over acceptatie, overgave, vertrouwen, etc. Blabla voor gevorderde onwetenden. Leuk!’

Gevorderde onwetenden! Leuk. Noem er eens een paar.

‘Dat is iedereen die gelooft in een afgescheiden ik, die gelooft dat er ‘tweeheid’ is, dat er bijvoorbeeld een wereld is die geholpen of verbeterd moet worden, die meent dat we hier op aarde met een bepaald doel zouden zijn (een hang naar speciaal-zijn). De meeste spiri-psychologische benaderingen zitten vol slaapzand en slaapliedjes en slaapbetekenissen en verklaringen. Dat heeft echter allemaal zijn plaats in Totaliteit, dus is het niet verkeerd, maar wel amusant.

Vraag 9

Het diepste inzicht is misschien wel de vaststelling dat alles illusie is; niet alleen wat wij denken, voelen en doen, maar deze hele stoffelijke wereld. Toch hebben mensen als Blavatski, Steiner en anderen de hele innerlijke kosmos uitvoerig beschreven. Hun overkoepelende visie lijkt een diep waarheidsgehalte te hebben. Zijn dat volgens jou werkelijkheden van een ‘hoger’ illusoir niveau, dus uiteindelijk niet waar?

‘Alles wat in de tweede laag van projecties, weerstand, verwachtingen, oordelen, controleneigingen enzo gebeurt is illusie. Dat is het belangrijkste. We draaien om wat primair en secundair is. ‘Zijn’ is primair, al het andere secundair. Mensen proberen compleetheid te vinden waar die niet is en zien niet wat al compleet is.

Beschrijvingen als van genoemde lieden zijn wederom gedoe van en voor gevorderde onwetenden, die nog steeds menen een afgescheiden ziel of mens te zijn, die geloven dat ze een ‘iemand’ zijn en die geloven in tijd, evolutie en dat er iets niet in orde zou zijn en dat, als je je best maar doet, jij en de rest van de wereld wel gered kan worden. Dreamtalk dus. Goed voor gelovigen.’

Maar iemand als bijvoorbeeld Steiner een ‘gevorderde onwetende’ noemen, gaat wel wat ver, dacht ik.

‘O ja? Wel, dat kan zo ervaren worden. Zodra er wakkerzijn is, is het glashelder. Er zijn geen afgescheiden zielen op weg naar wat dan ook. Er is enkel DAT. En DAT is ongebroken, volledig, compleet, altijd. Wie babbelt vanuit afgescheidenheid zit ernaast. Dan kan een ‚leer’ nog zo imposant lijken, zodra wakkerheid er is, is het helder dat het slechts een droom was. Dromen lijken ook erg overtuigend, niet waar?’

Zeker, maar ik ben hier nog niet zo uit. De grote, geestelijke bouwwerken in de wereld, reincarnatie, karma, de verschillende spirituele scholen, zoals ze in dit en mijn vorige boek aan de orde kwamen… In mijn gevoel vallen die niet weg binnen de Grote Ruimte van het Eenheidsweten. Ook dat laatste is tenslotte maar een aanname dat zichzelf evenzeer opheft. Ik zoek het Hart in deze visie.

‘Bouwwerken zijn precies wat ze zijn: bouwwerken van het denken, veelal gebaseerd op en gedreven door de angst voor de dood. Binnen de droom, in het denken, is van alles mogelijk. De kern blijft het vasthouden aan een op zichzelf staande entiteit (of identiteit of ziel, hoe je het noemen wil). Realiteit is niet-twee. Wat je met Hart bedoelt begrijp ik niet. Bewustzijn = Waarheid = Liefde. Teaching is nooit waarheid maar een middel. Realisatie maakt een eind aan alle bouwwerken. Dus al die benaderingen vallen in die zin niet zozeer weg, maar zijn onderdeel van het functioneren van Totaliteit, zoals er ook verschillende voetbalclubs, motorbendes, muziekstromingen e.d. zijn. Wie wakker wordt ziet DIT HIER NU. Niets is afgescheiden, niets incarneert, dat is nou net de illusie. En met werkelijk ontwaken valt die weg. In deze zin vallen dus alle stelsels en leerwegen weg. Je laat in wezen in één klap alle filosofie, religie, spiritualiteit achter. Ontwaken is het einde van de al dan niet spirituele afgescheiden droom.

Vraag 10

Wat valt je het meeste op als je kennisneemt van het wereldnieuws?

‘Dat er niks nieuws is. Mensen zijn zoals ze zijn en dus is er corruptie, angst, oorlog, feestjes, politiek gedoe, beurstijgingen en dalingen, nieuwe pophelden, etc. etc. Geestig vooral hoe druk mensen zich maken en steeds schrikken enzo. Amusant eigenlijk.

Pophelden, politiek geleuter, het amusementscircus, goed, maar terrorisme, bootvluchtelingen, de gruwelen in de wereld… Amusant?

‘Tja, die dingen gebeuren. De drukte erover is amusant, de verbazing, de opwinding. Vanaf een afstandje bekeken is het volstrekt helder dat dit soort dingen wel moeten gebeuren als we in ogenschouw nemen hoe mensen (wij dus!) zijn. Er is altijd ongelijkheid geweest, machtsverschillen, hebzucht, dommigheid. Die mensen hebben honger naar macht, naar zich speciaal voelen, naar aanzien, erkenning. Dat ‘anderen’ daar de dupe van worden is evident. Dat is niet leuk, maar ook niet verbazingwekkend. Mensen die zich afgescheiden wanen geloven in allerlei onzin en zijn tot veel in staat.’