Nergens heen

Verschenen in Inzicht nr. 4, november 2011.

Met bekraste neus (een ontmoeting met een braamtak), glimachend achter de computer. Oren nog een beetje rood en koud van de winterwandeling. Ze lacht omdat ik naar haar zit te kijken. Er ligt besneeuwd ijs op het ven, de kinderen (met schaatsen aan) droeg het wel maar onder onze voeten kraakte het vervaarlijk.

Geitjes bramentakken voeren. Bucknife mee. Lichte steken in de onderrug, goed humeur. Toen de zon doorkwam dacht ik aan de zomer, die zo weer komt en net weer weg is. Wonderbaarlijk alles voorbij te zien en voelen komen, je vervullend en weer onveranderd en toch schijnbaar rijker achterlatend voor wederom een nieuw moment.

Zo ook met relaties. Diverse vrouwen hebben mijn hart gevuld, mijn bed gedeeld, met mij gelachen en gevochten, me vertrouwd en weer gehaat. En ik ben steeds vol verwachting en verwondering gebleven, hopend op een soepele wending, de oplossing van innerlijk conflict, het door breken van echte overgave, glimlachend om zoveel dwaasheid: verwachtingen, wat een giller!

Dit lichaam heet nu zevenenveertig jaar te zijn. Voel mij op m’n best wat dat aan gaat, ben nog nooit zo jong geweest. Maar ben ik mijn lichaam, leeftijd, relaties, winter of zomer sfeer? Net zo min als jij mijn liefste. Alles gaat aan je neus voorbij, missen kun je niets, want het gevoel van gemis is deel van de volledigheid.

Wie kan van het pad afraken? Wie is ergens naar op weg? Wie weet de route van te voren? Wie kan een enkel onwankelbaar oordeel geven. Geef maar niet toe, maar het komt mij echter voor als veredeld giswerk, allemaal.

En ik doe vrolijk mee! De mensenhelper, voormalig guru, auteur, spreker, energiewerker, magier, eikel, vriend en drinker.

Spelen met energie. Woorden zijn er ook de dragers van. Samen ontdekken wat gebeuren wil. Blijheid met een ontlading, een herontdekte kracht, een vrijgekomen opgeloste pijn en een inzicht her en der. Een oog zien transformeren van dof naar helder lichtend. Een paar longen opgelucht adem horen halen, dieper dan tevoren.

Ik doe vrolijk mee. En soms wat minder blij natuurlijk. Niets zit mee of tegen. Zoveel altijd om over te klagen – maar ik heb er gewoon geen zin meer in. Zoveel om blij en dankbaar voor te zijn. Zoveel reeds losgelaten, begrepen, ongedaan gemaakt, verdwenen. En toch. Niets is er veranderd, altijd al was ik dit. Dit ‘beseffende’ hier, nu. Altijd op de achtergrond dezelfde sensatie. Ik weet dat het ook de jouwe is.

Nergens heen. Zou graag willen dat je bij me bleef, en soms dat je ergens anders was. Nergens heen. Niets hoeft te blijven of veranderen. Nergens heen. Waarom kun je het niet laten? Waarom je niet geven? We zouden heerlijk kunnen dansen samen.

Ik geloof niet dat ik het zou missen, het gedoe, of wat dan ook.
Nergens heen. Gewoon zijn, hier.
Nergens heen. Gewoon dit.