Open (column)

Gepubliceerd in InZicht nr. 72; februari 2017

Niets is zo open als Bewustzijn. Dat waarin alles verschijnt (en verdwijnt) is pure Beschikbaarheid: oordeelloos, vrij, onaantastbaar, gratis en conflictloos. Deze informatie is bekend, dus niet ‘geheim’ ofzo, en desondanks heb ik sterk het gevoel dat slechts weinigen het op waarde weten te schatten.

Al bijna 20 jaar wijs ik erop, en spreek ik op allerlei wijzen over aandacht schenken aan Bewustzijn. Deze verwijzing is niet nieuw, maar blijft blijkbaar noodzakelijk, want velen die zich met advaita bezighouden zijn toch primair geïnteresseerd in gebeurtenissen en relaties, kortom in hun ‘zelfje’ en diens doelen, angsten, verlangens en problemen. En ten diepste kijk je dan steeds net de verkeerde kant op.

Enerzijds is er dus spiritueel onderzoek om overtuigingen, illusies en emotionele ladingen te doorzien en te vernietigen, anderzijds het je bewustzijn van Bewustzijn. Als je werkelijk vrijheid wenst schenk dan je aandacht aan dat wat reeds vrij is, en ruim anderzijds op wat je aandacht hiervan blijft wegtrekken. Klinkt simpel, en dat is het ook, maar het is blijkbaar niet gemakkelijk of het is gewoon niet wat mensen eigenlijk en werkelijk willen.

Kun je zonder issues? Echt? Wie of wat ben je als je geen probleem hebt om mee te worstelen, als je niks te klagen hebt, als je geen verleden of toekomst hebt, als er geen kern of centrum is om te verdedigen, als er geen absolute standpunten of meningen zijn om je aan vast te houden?

Bewustzijn is onmiddellijk toegankelijk. Het is altijd beschikbaar, en heeft geen standpunten, centrum, verleden, toekomst, mening of belangen. Je zou dus denken dat wie vrij wil zijn, zoveel mogelijk zijn of haar aandacht hierin laat opgaan. Maar vrijwel niemand ‘doet’ of ‘kan’ dat. Mensen willen van alles begrijpen, willen genoegdoening voor dingen die hen zouden zijn aangedaan, of die ze anderen zouden hebben aangedaan. Ze hebben ideetjes over rechtvaardigheid, het milieu, politiek en wat al niet, en praten liever over advaita, dan dingen werkelijk te onderzoeken en ondermijnen, of hun aandacht te richten op dat-wat-niet-verandert.

Beseft wordt vaak niet dat door te verwijlen als/in Bewustzijn, het hele organisme anders gaat functioneren, dat heel veel issues van het ‘zelf’ spontaan zullen worden opgelost, dat het tot een perspectief verandering leidt die je oude standpunten lachwekkend zullen doen blijken. Maar we willen liever van alles doen. Aan jezelf werken, persoonlijke groei stimuleren, spirituele ontwikkeling najagen, een nieuwe relatie zoeken, een beter baantje, een leuker huis, een betere smartphone.

We vergeten dat ego maar een ding wil: doorgaan. Hij wil alles behalve STOPPEN. Hij wil groeien, verbeteren, vorderen, loslaten, transfomeren. Het is allemaal prima zolang het maar een werkwoord is. Want dan speelt tijd een rol (en niet het Tijdloze), is er een afstand te overbruggen (in plaats van enkel Hier-Zijn), zijn er dingen te bereiken en worden (in plaats van natuurlijk Zijn). Bezig zijn is het devies van ego-ik. Dat is geen verwijt maar een simpele constatering.

Ego wil van A naar B, maar in werkelijk bestaat er enkel A.

En zo blijft ondanks alle satsangs, boeken, filmpjes en wat al niet over Bewustzijn en ontwaken, het geheim geheim. We bestaan eruit, lopen er als het ware de hele dag doorheen, maar zijn ziende blind. We babbelen over bevrijding, gewaarzijn, non-dualiteit en wat al niet, maar zijn net als de vis in de oceaan die het water zegt te zoeken (terwijl hij feitelijk enkel zwemmen, paren, en babbelen wil).

Niemand houdt het voor je verborgen, je hoeft geen filosofie gestudeerd te hebben om het te snappen, je hoeft er niet tien jaar voor te mediteren, je hoeft er niet voor naar India, je hoeft geen 100 boeken te lezen, want HET is er al. De kwestie is: waar schenk je je aandacht aan? Aan dat wat al vrij is, of aan je ego-ik die iets wil worden of bereiken, of behouden?

Wil je dat ego-ik in stand houden, of doorzien?

Wie zijn werkelijke motieven niet helder heeft, de waarheid van zijn of haar eigen ‘doel’ niet wil of kan zien is nog niet eens begonnen.

Het IS en het WACHT (als het ware), de vraag is enkel: op wie? Misschien op jou, we zullen zien.