RECENSIE uit InZicht over ‘EEN HANDVOL SCHERVEN’

Recensie in InZicht – mei 2019

Ook de schrijver zelf zag dit tiende boek niet aankomen, valt in het voorwoord te lezen, het schrijven ervan kwam spontaan op, zoals het meeste in zijn leven. Hans Laurentius’ ongedwongen wijze van leven komt verschillende keren ter sprake, soms terloops, in contrast tot dat van de hongerige zoeker, soms in een apart hoofdstuk. Dat zijn mooie stukjes om te lezen, vol ritselend struikgewas en zoevende vleermuizen. 

Dit is sowieso een fijn los boek geworden, met invallen en zijpaadjes, opgeschreven in spreektaal, alsof lezer en schrijver samen op de bank zitten. Gezellig, hoewel niet altijd even aangenaam, het blijft vaak slikken voor de najagers van Verlichting. Er is weinig vermijdend gedrag dat niet met veel genoegen wordt uitvergroot. Behalve deze koude douches zijn er gelukkig ook de nodige pointers te vinden. Die nemen nergens de vorm aan van disciplines die gegarandeerd tot ontwaken leiden, maar zijn eerder richtingaanwijzers naar stilte en ontvankelijkheid waarin iets gezien zou kunnen worden.

Waardevol is bijvoorbeeld het onderscheid dat Hans Laurentius maakt tussen die ontvankelijkheid en het willen kalmeren van de geest, een misvatting die de zoeker eindeloos in een methode gevangen kan houden in de overtuiging goed bezig te zijn, terwijl hij in werkelijkheid geen centimeter vordert.

Of het stuk over de daaraan verwante drang altijd vooruit te willen. Wanneer die niet wordt ontmaskerd, maar wordt aangezien voor onszelf, wacht ons het lot van de ezel die eindeloos de wortel achternaloopt, altijd op zoek, nooit vindend.

Handig is zeker de kort en bondige samenvatting van hetgeen Advaita inhoudt, in het hoofdstuk Advaita – een paar feiten op een rij, waar je naar toe kunt bladeren als je weer eens verdwaald bent in je spirituele hersenspinsels.

Aan deze pointers zou de recensent er nog een willen toevoegen. Laat je niet bedotten door de humoristische en soms achteloze toon van dit boek, er is geen grap of oneliner die er niet op gericht is het peilloze mysterie kenbaar te maken.

                                                                                                                                  Frans Hasselaar