Selectie citaten van Castaneda

images

Ik kon me niet bedwingen, en dus deel ik even een selectie van citaten uit Castaneda’s werk, en raadt meteen een ieder maar even aan om minstens ‘The Wheel of Time’ aan te schaffen. Dat boek is een soort samenvatting/rode draad uit de eerste acht boeken van Carlos’ belevenissen en interacties met Don Juan Matus, zijn leraar. Misschien vul ik het nog aan…of maak nog ‘n keer een selectie, we zullen zien

We staan er nooit bij stil dat we de mogelijkheid hebben om het even wat op elk moment in een oogwenk overboord te gooien.

 

Mensen bekommeren zich er over het algemeen te veel om mensen aardig te vinden of zelf aardig gevonden te worden. Een krijger heeft gewoon overal aardigheid aan.

 

Een krijger neemt verantwoordelijkheid voor alles wat hij doet, tot het meest onbeduidende toe. Een doorsnee mens handelt vanuit zijn denken en neemt nooit de verantwoordelijkheid voor wat hij doet.

 

Als iemand zich op het krijgerspad begeeft, wordt hij zich er gaandeweg bewust van dat het gewone leven voorgoed achter hem ligt. De wegen van de gewone wereld vormen niet langer een buffer, hij moet, wil hij overleven, een nieuwe manier van leven aannemen.

 

Een krijger weet dat zijn dood hem op de hielen zit en hem geen tijd laat zich ergens aan vast te klampen. Dus proeft hij, zonder hunkering, overal van.

 

Wanneer niets vaststaat, blijven we alert, zijn we constant paraat. Het is veel opwindender niet te weten achter welk bosje het konijn zich schuil houdt, dan overal een pasklaar antwoord op te hebben.

 

Niet toegankelijk zijn wil zeggen dat een krijger de wereld om zich heen spaarzaam aanraakt. Hij kiest er bewust voor zichzelf en anderen niet uit te putten. Hij gebruikt andere mensen niet, hij perst ze niet uit als een citroen, vooral niet wanneer hij van ze houdt.

 

Voor de doorsnee mens is de wereld vreemd omdat hij er, als ze hem al niet de keel uit hangt, mee in onmin leeft. Voor een krijger is de wereld vreemd omdat ze overweldigend, ontzagwekkend, geheimzinnig, onpeilbaar is. Een krijger neemt de verantwoordelijkheid voor het feit dat hij zich op dit wonderbaarlijke moment in deze wonderbaarlijke wereld bevindt.

 

Het heeft geen enkele zin verdriet te hebben, te klagen en ten onrechte te denken dat je daar alleszins reden toe hebt omdat je altijd iets wordt aangedaan. Niemand doet iemand iets aan, laat staan een krijger.

 

Een krijger heeft geen wroeging of spijt over wat hij gedaan heeft. Want wie wat hij doet aanmerkt als gemeen, lelijk of slecht maakt ten onrechte het zelf belangrijk. De kneep zit hem in datgenen waar je de nadruk op legt. We maken ons sterk of ongelukkig. Daar gaat dezelfde hoeveelheid werk mee gepaard.

 

Het zelfvertrouwen van de krijger is niet dat van de doorsnee mens. De laatste zoekt zekerheid in de ogen van anderen en noemt dat zelfvertrouwen. De eerste zoekt onberispelijkheid in zijn eigen ogen en noemt dat nederigheid. De doorsnee mens zit vastgeklonken aan zijn medemensen, de krijger is alleen gebonden aan de oneindigheid.

 

De  innerlijke dialoog verankert de mens in de dagelijkse wereld. De wereld is zus of zo omdat we onszelf dat voorhouden. De toegangspoort tot de wereld van de sjamaan opent zich nadat de krijger heeft geleerd zijn innerlijke dialoog tot zwijgen te brengen.

 

Troost, toevlucht, angst, allemaal woorden die stemmingen in het leven roepen die je hebt leren aanvaarden zonder dat je ooit een vraagteken bij hun merites hebt gezet.

 

Voor de doorsnee mens is het kenmerk van een gevoelig, spiritueel iemand dat hij zwelgt in twijfels en beproevingen. In feite staat de gemiddelde mens mijlenver af van gevoeligheid. Zijn miezerige verstand werpt zich doelbewust op als een monster of een heilige, maar is in feite te bekrompen voor zo’n grote matrijs.

 

Het essentiële verschil tussen een gewoon mens en een krijger is dat de laatste alles als een uitdaging beschouwt, terwijl de eerste alles opvat als een zegen of een vloek.

 

 

 

Oke, tot hier, tot hier.