Spiritualiteit, advaita en vaccinatie-gedoe

Waarom dit stuk? Omdat ik nogal eens verneem over spiritueel- of advaitachtige leraren (en anderen in die hoek) die er nogal rabiate ideeën op na houden… of beter: door rabiate ideeën bevangen zijn geraakt. Bijvoorbeeld, maar niet alleen, aangaande corona en vaccinatie. En soms meent, vreest of hoopt men dat ik ‘dus’ ook eventueel tot een dergelijk, of ander ‘kamp’, behoor of dat zou willen. Aangezien dergelijke mensen duidelijk m’n laatste twee boeken niet gelezen (of niet begrepen) hebben zal ik even wat verheldering trachten te geven. So, here we go!


Ontwaakt-zijn, of spiritueel leraar zijn, maakt je nog geen autoriteit of expert op andere terreinen.
Als een leraar (m/v/en alle andere categorietjes) dat wel suggereert zou ik hem of haar of het meteen dumpen.

Je ontwaakt-zijn gebruiken om een politiek of ideologisch argument kracht bij te zetten – of de toehoorders dit door de strot trachten te duwen – is oneigenlijk. Nog los van de vraag of dat zelfverklaarde ‘ontwaakt zijn’ wel klopt, natuurlijk.
Een leraar die zo bezig is zou ik meteen dumpen.

Opdringerigheid als het gaat om politieke standpunten past een advaita- of spiritueel leraar niet. Wakkerzijn verheft je niet tot politiek orakel of tot allesweter. 
Zo’n leraar zou ik meteen dumpen.

Suggereren dat je, omdat je wakker bent (of zou zijn), onfeilbaar bent en altijd gelijk hebt waar het ook over gaat is hét bewijs van on-wakkerheid en van grootheidswaan. 
Zo’n leraar zou ik meteen dumpen.

Ontwaakt (beweren te) zijn en tegelijkertijd radicaal rechtse of radicaal linkse politieke standpunten innemen is tamelijk dubieus, bijzonder dualistisch of binair, en dus verdeeldheid zaaiend. 
Zo’n leraar zou ik meteen dumpen en diens spirituele claims acuut naar de prullenbak verwijzen.

Stellen dat antivaxxers allemaal idioten zijn, of dat alle gevaccineerden schapen zijn is onzin – en arrogant – what do you know? Stellen dat antivaxxers de slimmerds (of zelfs ‘wakkeren’) zijn, of juist dat alleen gevaccineerden ‘goed’ zijn is tevens onzin.
Een leraar die zoiets zegt, zou ik meteen dumpen.

Samenzweringsideologieën aanhangen en propageren is geen bewijs voor ‘wakkerheid’, integendeel. Die stuff mengen met je ‘teaching’ is een erg slecht plan.
Zo’n leraar zou ik meteen dumpen.


‘De meeste mensen kunnen helaas niet helder of consistent denken; vandaar dat absurde opvattingen doorgaans meer historische invloed hebben dan serieuze argumentaties…’ Roger Scruton – Filosofisch Denken


Van alles en nog wat geloven of aanhangen als het maar afwijkt van het gangbare is niet automatisch teken van kritisch vermogen of een helder verstand – sterker nog, dat is het bijna nooit. Het is meestal een teken van vervreemding, eenzaamheid, onzekerheid, angst, wantrouwen, minachting, een overdosis weltschmerz, machtshonger, speciaal willen lijken en andere issues. 

Het is gewoon de omkering van slaafse volgzaamheid: een paranoïde kijk-mij-eens-anders-zijn en ik-wijk-af-dus-ik-heb-gelijk-en-ben-dus-moreel-superieur attitude, of beter: aandoening.
Een leraar met dergelijke opvattingen zou ik meteen dumpen.

John Cleese zei zeer terecht, en niet voor niets: ‘De meeste mensen willen graag gelijk hebben, maar de beste mensen willen uitvinden of ze gelijk hebben.’

Hou je als ‘leraar’ (m/v) liever bezig met de dingen waar je echt verstand van hebt als je aan het onderrichten bent. Dat geldt trouwens ook voor muziek-, wiskunde- of dansleraren. En als je al iets zegt dat buiten je terrein van expertise ligt, hou dan minstens een paar slagen om de arm! Wees bovenal eerlijk en open, en geen ‘pretender’, anders ben je geen knip voor je neus waard. Pretendeer – nogmaals – nooit meer te weten dan anderen omdat je wakker (of ‘spiritueel’) zou zijn… 

Exact om die reden zeg ik in de voorwoorden van m’n laatste twee boeken dat wat daarin staat niet als eindconclusie moet worden opgevat, of als absoluut gezien moet worden – hoe stellig ik sommige dingen ook noteerde of ter overweging gaf. Ik ben immers geen wetenschapper, socioloog of politicoloog enzovoorts. En al zou ik dat wel zijn, dan nog zou ik, net als nu, tegelijkertijd stellig durven te zijn over dit of dat onderwerp – maar tevens mijzelf en mijn ‘kennis’ of opvattingen relativeren en eventueel, direct of indirect, verwijzen naar geheel andere kennis of opvattingen.

Het gaat mij er immers om dingen te ontdekken en onderzoeken, én om mensen te leren nadenken of met andere perspectieven in aanraking te laten komen, en niet om ze te bekeren. Ik ben immers geen kerk- of partijganger. Dat zou ook erg dom en on-wakker zijn.

Overigens leg ik in Aan de leiband en De Tao van Hans het nodige uit over het hoe en waarom van de menselijke geneigdheid tot monocausaliteit, simplisme, ideologische eenzijdigheid, eenogige biasing en andere vormen extremisme.

Anyway. Een radicale antivaxxer die in samenzweringen gelooft kan van mij de wind van voren krijgen, een radicale vaxxer, die alle niet-gevaccineerde mensen verkettert en denkt dat het vaccin alles wel oplost ook. Beiden zal ik, indien mogelijk, trachten te laten zien waar hun ‘denken’ of argumentatie niet klopt. Maar het liefst gooi ik alle radicale fanatici eruit – van welke kleur dan ook. En ga liever helemaal niet met ze om, dat spreekt voor zich, mij kennende (grijns).
(Iemand losweken uit een sekte-achtig of geradicaliseerd ‘bewustzijn’ neemt zo’n twee a drie jaar, begrijp ik van experts op dat terrein. Heb ik geen zin in, noch tijd voor. Hetzelfde geldt voor verstokte, bangelijke conformisten.).

Maar los daarvan: advaita gaat helemaal niet over wel of geen bloemkool eten, wel of niet vaccineren, tandenpoetsen of gaan stemmen. Het gaat ook niet over wel of geen chemo nemen, al dan niet je haar verven, van katten of honden houden, of elektrisch rijden of niet…

Het gaat alleen of primair over ontdekken wat je werkelijk bent – de rest (opvattingen, voorkeuren, aversies en ‘wereldse’ kennis – niet denigrerend bedoeld) is van een andere orde… en die persoonlijke voorkeuren en opvattingen hangen van oneindig veel factoren af. Je mag als (advaita) leraar natuurlijk best je meningen uiten, maar maak dan wel helder dat het (maar) je meningen zijn, en geen ‘verheven waarheden’ – of verkapte vereisten. Begrijpen?
Enne, een (advaita) leraar die niet kan relativeren is trouwens sowieso niks waard. Een zonder gevoel humor en zelfspot ook niet trouwens.

Radicaal voor of tegen iets zijn is overigens vrijwel altijd dubieus – het suggereert immers absolute kennis en het absolute gelijk. Daarin lijken dergelijke lieden dus sterk op (fundamentalistische) religieuzen of op communisten en fascisten, die menen immers ook alles al te weten en dus altijd gelijk te hebben.
Bovendien nemen dergelijke lui zichzelf en hun zogenaamde kennis ook nog eens zo verdomde serieus – een kwestie van Über-identificatie dus. Onwakkerder wordt het niet, vrienden. 

Dit soort mentaliteit is dus bijna altijd een teken van slechtziendheid gecombineerd met hoogmoed én de simplistische, nogal krampachtige, behoefte aan een absoluut ‘het zit zo en niet anders’. Dat dus tevens hét kenmerk van een closed-mind.

De werkelijkheid is echter nogal complex en rommelig. Plus: alles heeft een schaduw en alle schaduwen kunnen op hun beurt een positief of onverwacht bijeffect sorteren. Kortom: niets is zwart-wit of eendimensionaal.

Alleen (linkse- rechtse of religieuze) fascisten, angsthazen, fanatici, domoren, oplichters en volksmenners menen van wel – of doen dat graag zo voorkomen.

Maar fascisme/demagogie/fanatisme/angstige opgewondenheid en spirituele wakkerheid gaan niet samen! Nooit!
(Te snel dingen fascistisch noemen ook niet trouwens, hihi.)

Houdt u verre van spiritualisten of leraren (en andere dwazen) die bovenstaande trekken vertonen, zou ik u willen aanraden. 


Een van mijn laatste valse noten gaat als volgt:

1201. Goede notitie voor op de koelkast. – ‘Ik weet van veel te veel veel te weinig af, heb meer blinde vlekken dan ik beseffen kan, en besta uit meer onbewuste patronen, ondoordachte overtuigingen en geconditioneerde neigingen dan ik gewaar ben.’
Dat kan helpen als u weer eens meent iets absoluut juist te zien, of als een ander in de kramp is geschoten van het grote gelijk.

En dan nog dit: ‘Het internet in het algemeen, en sociale media in het bijzonder zijn radicaliseringsmachines…’ Aldus Hans Schnitzler in Wij Nihilisten

Of, zoals Timothy Snyder schreef in Over tirannie:
‘Koester onze taal. – Vermijd uitspraken die iedereen al doet. Verzin uw eigen bewoordingen, ook als u alleen maar wilt overbrengen wat iedereen volgens u zegt. En: ruk u los van internet. Lees boeken.’ 

Ja, en liefst niet enkel boeken die uw reeds aanwezige bias steeds (verder) confirmeren – want dat is nogal dom, link en lui – én: zo leert u niets. Laat u dus ook niet door internet-algoritmen het bos in sturen – die versterken uw biases enkel en vervormen u meer dan u meent.

Blijf leren, kijken, lezen, voelen en denken, hou de geest open en creatief, hoedt u voor absolutistische fanatici (ook die in uzelf) – én: wees geen papegaai of partijganger, en vertrouw die ook niet. 

How about this?: ‘It is beautiful to be alone. To be alone does not mean to be lonely. It means the mind is not influenced and contaminated by society’. – J. Krishnamurti 

Dank voor de aandacht en een wakker nieuwjaar, lieve mensen.


Hans in z’n bubbel – schrijvend, peinzend…

‘Veel dingen niet zien, in geen enkel opzicht onbevangen zijn, partijganger zijn door en door, ten aanzien van alle waarden een strenge en noodzakelijke optiek hanteren – dit alleen bepaalt dat een dergelijk soort mensen zelfs maar bestaat.’ (…) Het staat de gelovige [of ideoloog] niet vrij zelfs maar een geweten te hebben voor het probleem van “waar” en “onwaar”; op dit punt eerlijk zijn, betekende meteen zijn ondergang. [De partijganger of gelovige is] de tegenpool, als type, van de sterke, de vrij geworden geest.’ 

Friedrich Nietzsche


Naschrift 30 december.
Geestig, ik vernam van twee commentaren op bovenstaande tekst door iemand die er blijkbaar aanstoot aan nam. Leuk. Hij gaat zelfs een fiks aantal alinea’s stap voor stap ‘fileren’, althans dat denkt hij zelf dan. Maar dat viel (niet geheel onverwacht) nogal tegen. Want eigenlijk blijkt hij niet echt goed kunnen – of willen – lezen, en verdraait moedwillig (of beter: kwaadwillend) wat ik schreef. Hij neemt uiteraard ook graag allerlei zaken zomaar aan en vult bizarre dingen in die er niet staan noch gesuggereerd worden, legt me vreemde woorden in de mond, en trekt her en der nogal bizarre conclusies (hij slaat dus lekker op hol), u kent dat wel. Hij ‘kritiseert’ dus in wezen zijn vervormde fantasievariant van mijn tekst, en niet mijn tekst. Erg fraai en ‘helder’ allemaal – not.
Dit soort mensen zijn dus niet enkel geen ‘goede verstaanders’, noch mensen die zinnige feedback willen geven, laat staan mensen die zich gewoon iets afvragen bij een tekst. Het zijn vooral moedwillig slechte verstaanders. En dat beschuldigt anderen dan van leugenachtigheid! Partijgangers dus. Heerlijk! Lie much?

Anyway, vooral die – en andere dwaze – reacties maken me extra blij met de tekst die uiteraard en inderdaad een beetje provocerend is opgesteld, u kent mij. Het bleek dus in elk geval goed visweer, zeg maar. So thanx a lot, ‘critic’, U basically proved a few points I made the last couple of books and years. En in dit stuk.

Als ik zin zou hebben, of een boosaardige bui, zou het leuk zijn de zogenaamde fileerpartij lekker te fileren, maar helaas ik ga liever iets goeds lezen 🙂 en verder kijken wat de darters doen.
Bovendien deed iemand al vlotjes zoiets, en zeker niet onverdienstelijk! Waarna de ‘criticus’ uiteraard nog wat verder doorschoot met zijn opgewonden invullingen, matige tekstverklaring skills en andere erupties van ‘vals bewustzijn’, zoals Sloterdijk dat noemde. Overigens zijn er vooral positieve en redelijke responsen op het tekstje.

Heerlijk! Wat een paar woordjes niet kunnen doen in deze nogal opgewonden tijden.

By the way, en tot slot – ik ga mezelf – noch de tekst – niet verder uitleggen, en zeker niet aan moedwillig slechte verstaanders. Die mogen wat er staat verminken, omvormen, invullen, uit het verband rukken en misverstaan zoals ze nu eenmaal niet kunnen laten en blijkbaar gewend zijn te doen – en zo hun geestesgesteldheid tentoon spreiden.