Winterochtend

Verschenen in Inzicht nr 53, mei 2012.

Zaterdagochtend, 5.34.
De rijp wordt van de tak geschud door een nogal wilde gaai, ook bijtijds wakker, die druktemaker. Vroeger wist ik nogal wat, dat was erg lastig zegt het geheugen. Allerlei theorieën en stromingen strijdend met elkaar of de geest overnemend, de een na de ander. I Tjing, Nietzsche, Tao Teh Tjing, Erich Fromm, Kafka, Castaneda, Krishnamurti. Het een na het ander. Mijn ouders en vrienden werden er soms gek van, en terecht. Wat een ettertje. Zo overtuigd van zijn gelijk, maar weinig ervan zichtbaar, nog steeds druk, overheersend of geblokkeerd, zuipend, blowend, musicerend (nou ja, zoiets toch), de ene peuk na de andere. Zucht.

Vanochtend weet ik ‘niets’, De frisheid van de winterochtend, zo zuiver en stil, ietwat mistig en toch helder, de zon al wachtend op z’n kans. Je voelt het komen. De geest breidt zich uit, zich traag ontvouwend als een wezen gemaakt van lucht tast het zijn eigen grenzenloosheid af, en ik ben de getuige. Ik ben hier, waar geen ‘waar’ is.

De hele schepping voltrekt zich en ‘ik’ ben (er). Uit het niets wordt het multiversum uitgerold, naar alle kanten tegelijkertijd. En toch is er eigenlijk maar een eindeloos punt.

Langzaam ontstaat in het midden van de eindeloze stip … een sensatie. Een kleine comprimering, een gevoel. Het komt zomaar tevoorschijn, zonder oorzaak, gewoon spontaan en heel gewoon. Het maakt alles …… (zoekend naar woorden)…….indringender, alsof het ineens meer van belang wordt. Een sensatie, een gedachte: ‘ik’.

Zo mooi, ineens is het geboren, zonder weeën of bevruchting. Ineens is het daar in de eindeloosheid, en het roert zich, huivert even, en kijkt om zich heen, en beweegt en zet daarmee tijd en ruimte in beweging.

‘Ik’.

Ik ben ik en ik ken ik, tegelijkertijd. Ik was er al voordat ik verscheen, en toch ben ik ook ik, zolang ‘hij’ duurt…

– even later –

De gaai heeft inmiddels de dooie muis gevonden, die Ghost, onze hond, moest laten liggen. Honden zijn gek op kadavers, zoals vrouwen zich volspuiten met al dan niet lekkere parfums, zo rollen honden graag in lijken of eten paardenstront. Dat vinden zij dan weer mooi. Ik hou van geen van tweeën in het bijzonder. Wel van honden en vrouwen, maar niet zo van de meeste geurtjes.

Waar ik ook niet zo van hou is gezeur en die zogenaamde spiritualiteit. Mensen klagen graag en veel, en leven in een soort halfbewuste sluimertoestand in wereld die barstens vol met energie en mogelijkheden zit. Maar de meeste harten en hoofden zitten zo dichtgetimmerd met angst visioenen, spirituele onzin en andere krampachtigheden, dat ze eigenlijk niets voelen of zien. Vrijheid en onzekerheid gaan samen, zekerheid en onvrijheid ook. Beter zekerheid niet buiten zoeken, maar in de beleving van ZIJN. Die onomstotelijke naamloosheid is het enige betrouwbare, alles in de relationele en objectieve sfeer is dubieus en wankel. Ga je daar teveel op vertrouwen kom je altijd bedrogen uit. Dit zou je eigenlijk op je 12e al moeten begrijpen, maar ja, wie vertelt ons iets dat niet op angst gebaseerd is? Volwassen zijn betekent meestal afknijpen, willen bezitten, veiligstellen, behoudend zijn. Kortom: leven buitensluiten en al wat natuurlijk is in een kwaad daglicht stellen. Ook die spirituele clubjes zitten vol mensen die trucjes zoeken om hun coma voort te zetten, zo goed als niemand wil eruit, niemand wil vrijheid, waarheid. Mindfully aanpassen, advaitisch ontkennen, zen-achtig dezelfde blijven, mediterend willen veranderen zonder risico…. Zucht. InZicht lezen, en denken dat dat betekent dat je echt probeert wakker te worden, haha, wat een giller. Slaapwandelaars, allemaal. Ja jij, ja!

Blijft trouwens lastig, tokkelen op een gitaar, om 6 uur s’ochtends, als de vingers koud en stijf zijn en het lichaam een beetje in z’n voegen kraakt van slaap tekort. Nou ja, laat maar zitten ook. K’ga koffie zetten, de zon komt op… leuk!